Hoe zag het Hadeïsche aardklimaat eruit? Welke scheikundige stoffen en energiebronnen waren er toen op het aardoppervlak? En hoe beschermde de aarde zichzelf tegen schadelijke invloeden, zoals sterke straling en extreme omstandigheden? Terwijl de antwoorden hierop essentieel zijn om te begrijpen hoe het eerste leven ontstond is er nauwelijks direct bewijs. De enige informatie komt uit een klein aantal robuuste mineralen, genaamd zirkonen.

De fysische en scheikundige eigenschappen die de aarde in het Hadeïcum (4,56 tot 4 miljard jaar geleden) had, hangen nauw samen met hoe het aardoppervlak en de indeling van de aarde door de tijd heen veranderde. Zo weten onderzoekers dat organismen in het Archeïcum (ongeveer 4 tot 2,5 miljard jaar geleden) leefden op een aarde met een vaste korst, land en oceanen van water.
Dit project onderzoekt de randvoorwaarden voor het ontstaan van leven, uitgaande van verschillende gegevens over mantelsamenstelling en de thermische evolutie van de aarde. Daarbij wordt gemodelleerd welke topografie in het Hadeïcum mogelijk was en hoe lang heuvels en bergen konden bestaan in een veel warmere en zwakkere aardkorst dan tegenwoordig. Ook wordt bekeken of en hoeveel land er überhaupt kon bestaan bij verschillende oceaanvolumes.
